Amy
Even een berichtje tussendoor dat weinig van doen heeft met mijn reis, maar des te meer met van huis zijn. Afgelopen dinsdagavond is Amy ingeslapen.Amy werd geboren op 2 december 1995. Haar moeder was een middelgrote, zwarte, kortharige hond. De vader was onbekend. Aan de bruine en witte vlekken van haar broertjes en zusjes te zien was hij gevlekt. We zochten een hond omdat mijn moeder allergisch werd voor Boris, een rode kater die we eerder hadden. Mijn ouders hadden lang katten gehad. Mijn vader wilde geen hond, maar onderhandeling was niet mogelijk. Toen we in het asiel naar het nestje gingen kijken, waren we met ons drieen. Mijn moeder, mijn broer, bijna tien jaar oud, en ik, zeven jaar, bijna acht.
Mijn moeder wilde een teefje. En ze moest Amy heten. Er waren maar drie teefjes in het nest, en twee daarvan - een zwart-bonte en een met bruine sokjes - waren al vergeven. Mijn moeder nam ons mee terug naar de auto. Ik dacht dat we naar huis gingen. We gingen achterin zitten en ze draaide zich tussen de voorstoelen naar ons toe. "Willen jullie er zo eentje?" Wat is dat voor een vraag aan een kind, dat net met acht puppies gespeeld heeft? JA! We hadden nog geen vijf minuten in de auto gezeten. We gingen terug naar binnen en het werd geregeld. Wij namen het laatste teefje. Eind januari mochten we haar komen halen. Amy.
24 januari 1996 was een woensdag. We hadden iets bijzonders met school die dag - ik weet het niet meer. Maar door alle belevenissen was ik bijna vergeten wat een belangrijke dag het was. Mam had Amy opgehaald, in een doos. Het kleine, bange Eempje, ver van moeder, broertjes en zusjes.
Van die eerste tijd herinner ik me vooral nog veel krantenpapier en naar buiten brengen - niet binnen plassen, graag. Om het uur uitlaten. Maar we deden het graag. We leerden haar zitten, liggen, apporteren... Nou ja, ze rende wel achter een kluif aan, maar terug brengen vond ze niet nodig. Als je hem nog een keer wilde gooien, moet je hem maar komen halen.
Kleine hondjes worden groot. Amy groeide in de hoogte en in de breedte. Ze werd er niet zelfverzekerder van. Zelden zo'n laffe hond gezien. Of vredelievend, het is maar hoe je het noemen wil. Klasgenootjes moesten overblijven als hun ouders tussen de middag niet thuis waren. Ik hoefde niet over te blijven, integendeel; ik moest wel naar huis. Sleutel om mijn nek; ik moest in mijn lunchpauze de hond uitlaten. 12 uur vrij, tien over 12 thuis, snel een rondje met Eem, half een thuis, snel een boterham, tien voor een weer naar school. Jurn deed het 's middags of 's avonds. Mam 's ochtends, en dan nog een keer later op de dag. Mijn vader liet haar niet uit. "Het is mijn hond niet."

Er zijn talloze anekdotes. Over hoe ze het boek "De helende kracht van dieren" sloopte. Over haar traumatiserende ervaringen in het pension. Over drinken uit plastic flesjes op de Veluwe. Over de poulet in de keuken van oma. Over het koppen van ballonnen. Over het blaffen naar de deurbel op tv. Over het openmaken van cadeautjes. Over het begraven van botten en speeltjes. Over meehuilen met de trompet. Over rennen naast mijn fiets rende of springen over takken - waarbij we samen speelden dat ze een paard was.
Samen groeiden we op. Samen ontgroeiden we onze spelletjes. Onze ontdekkingstochten werden wandelingetjes. Het woud werd een bos, het bos werd een park. We konden nog steeds stoeien en vechten om de kluif, maar gemiddeld werden we allebei rustiger.


Ik ging het huis uit en Eempje bleef achter. Wanneer ik thuis kwam was het een vrolijk weerzien. En toch was het elke keer een beetje minder uitbundig. Elke keer leek ze er meer aan gewend te zijn dat ik niet meer in haar huis woonde. "Oh ja, zij was er ook nog." De band met mijn vader daarentegen werd met de dag sterker. Hij liet haar vaker uit, hij speelde met haar en haalde haar aan. Hoe ouder ze werd, hoe meer ze ook zijn hond werd. Elke keer dat ik thuis kwam sliep ze wat langer, liep ze wat trager, kwam ze wat moeilijker overeind. Ze kreeg gelatinaat tegen de artrose. Ze hijgde veel - het is ook warm met zo'n dikke, zwarte vacht.
De vacht ging er dit voorjaar af en er kwamen verdikkingen onder vandaan. Vet, volgens de ene dierenarts. Maar ze begon last te krijgen met poepen en er werd een echo van haar darmen gemaakt. Daar was duidelijk een tumor te zien, maar die was klein en het zou nog wel eens lang kunnen duren - als die even snel groeide als haar pootjes liepen, was er voorlopig nog niets te vrezen.


Toch gaf ik haar een extra knuffel voor ik naar Geneve ging. Je weet het nooit bij oude hondjes. Anderhalve week terug kwam het nieuws plotseling: Amy is waarschijnlijk haar laatste week ingegaan. Haar darmkanker was slechter geworden en het was een kwestie van weken. Wie doe je er dan een plezier mee als je haar lijden laat voortduren? Ze kreeg medicijnen en pijnstillers, zoals dat hoort in een laatste week, maar het was wel duidelijk. Het was op. Er zijn genoeg koekjes gebedeld. Er zijn genoeg katten achterna gezeten. Er zijn genoeg rondjes door het park gelopen. Er is genoeg geblaft en gejankt. Er is genoeg uitgegleden op de gladde vloer. Er is genoeg gedroomd en gesnurkt. Er zijn genoeg vreemden als vrienden begroet. Er is genoeg met voerbakjes gevoetbald. Er is genoeg in vogel- en muizenkadavers gerold. Er is genoeg uit de sloot gedronken - of er in gezwommen. Er is genoeg uit halsbanden losgerukt. Er zijn genoeg handen gelikt. Er zijn genoeg grote honden ontweken. Het was genoeg.
Bianka postte het verhaal van Die Regenbogenbrücke
op mijn facebookpagina:
An einer Stelle der Ewigkeit gibt es einen Platz,
den man die Regenbogenbrücke nennt.
Auf dieser Seite der Brücke liegt ein Land mit Wiesen,
Hügeln und saftigem grünen Gras.
Wenn ein geliebtes Tier auf der Erde für immer eingeschlafen ist,
geht es zu diesem wunderschönen Ort.
Dort gibt es Wiesen und Hügel für all unsere speziellen Freunde,
damit sie laufen und zusammen spielen können.
Es gibt immer zu fressen und zu trinken,
es ist warmes schönes Frühlingswetter,
und unsere Tiere fühlen sich wohl und zufrieden.
Alle Tiere, die einmal alt und krank waren,
sind wieder gesund und stark,
so, wie wir uns an sie in unseren Träumen erinnern,
wenn die Zeit vergeht.
Die Tiere sind glücklich und haben alles,
außer einem kleinen Bißchen;
sie vermissen jemanden Bestimmtes, jemanden, den sie zurückgelassen haben.
So rennen und spielen sie jeden Tag zusammen,
bis eines Tages eines sein Spiel plötzlich unterbricht und in die Ferne schaut.
Die Nase bebt, die Ohren stellen sich auf,
die hellen Augen sind aufmerksam, der Körper ist unruhig.
Plötzlich trennt es sich von seiner Gruppe, fliegt förmlich über das grüne Gras, seine Beine tragen es schneller und schneller....
Es hat Dich gesehen.
Noch bist Du wie ein Punkt in der Unendlichkeit,
doch wenn Du und Dein Freund sich dann endlich treffen,
gibt es nur noch Wiedersehensfreude, die nicht enden will.
Dein Gesicht wird geküßt, wieder und wieder,
Deine Hände streicheln über den geliebten Kopf
und Du siehst einmal mehr in die treuen Augen Deines Tieres,
das so lange aus Deinem Leben verschwunden war,
aber nie aus Deinem Herzen.
Dann geht Ihr zusammen über die Regenbogenbrücke
und Ihr werdet nie wieder getrennt sein...

Dag lieve Eem. Rust zacht, kleintje.


Het was een mooi leven voor Amy, en jij hebt het helemaal bewust mogen meemaken vanaf de eerste dag. Bijzonder is dat :)
BeantwoordenVerwijderenIk weet nog goed dat ik voor het eerst bij jou thuis kwam, ik voelde me meteen welkom omdat Amy blij piepend en kwispelend op me af kwam huppelen. "Gezellig, nog een mens!"
Mooi. Het verhaal, Amy, jullie met zijn allen... Het beestje heeft bij jullie een goed leven gehad, en logisch dat het toch best een beetje verdriet doet als zo'n vriendinnetje er opeens niet meer is.
BeantwoordenVerwijderen(Huh? Het maakt toch helemaal niet uit dat ik een vreselijke bangerd ben als het op honden aankomt? (-: ?? )
Een mooi "in memoriam". Veel was ik vergeten.
BeantwoordenVerwijderen