Toronto!
Ik ben er! Ik zit op mijn 6 persoons female dorm room in het Canadiana Backpackers hostel in Toronto. Het internet is hier zwak, maar ik ga toch proberen een verhaaltje te typen.
Om 3 uur 's ochtends, Nederlandse tijd, ging mijn wekker. Diezelfde telefoon zegt me nu dat het tien minuten voor middernacht is - mijn horloge en laptop zijn al over hun jetlag heen en vinden het pas tien voor zes. Mijn Duitstalige kamergenoten (drie Duitse(s/n) en een Zwitserse, hoe verzinnen ze het) zijn aan het eten. Ik maak mijn evergreen koeken op. Ik weet niet of ik de energie nog op kan brengen om vanavond nog de deur uit te gaan.
Maar ik dwaal af. Van de kop koffie in Dronten ging het naar het treinstation van Lelystad, en van daar naar Schiphol. Mooi hoor, de lampjes van Amsterdam en omstreken in het donker. En een beetje plaatsvervangend schuldgevoel voor de lichtkolom die een kas de lucht in spuwt.
Op Heathrow gaat alles zo langzaam als maar mogelijk is. En nog hield ik uren en uren over. Op een bankje geslapen, boekje gelezen, nog een rondje gelopen, wat ponden uit een automaat getrokken en weer uitgegeven aan een smoothie van Gordon Ramsey. De ochtend gleed voorbij, maar omdat ik wist hoe vroeg het in Canada nog zou zijn hield ik mezelf in een slaperige toestand. Zo kwam het dat ik nog tot boven Ierland me niet helemaal besefte dat het grote Canada avontuur nu echt ging beginnen. Die reis waar ik al maanden naar uit keek. Ik zat in het vliegtuig en kon er niet warm of koud van worden.
Pas toen ik de functie had gevonden waarmee ik op het schermpje voor mij de locatie van het vliegtuig op de kaart kon volgen, besefte ik me dat ik er echt was. Ik keek naar beneden en zag Iers platteland. Ha, lekker een lange reis van slapen, lezen, film kijken en uit het raam staren. In het openbaar vervoer, of het nou een stadsbus of een intercontinentale vlucht is, kun je altijd zo heerlijk onbeschaamd lui zijn.
Ik moest mij inhouden om niet hardop te gaan lachen toen ik, nadat ik et de sequel van A Night In The Museum had bekeken - zoals dat gaat met sequels, niet zo goed als deel een - keerde ik terug naar het kaartje met de vliegroute. We waren nu precies in het midden, een stukje onder Groenland. Ik keek uit het raam en zag een oneindig wolkendek, met af en toe een paar gaatjes waaronder de oceaan zichtbaar was. Ik was echt naar Canada aan het vliegen! Ik was daadwerkelijk in het midden van de Atlantische Oceaan, op 12 kilometer hoogte! (Het filmpje gaf de hoogte ook in voeten. Dan zijn er veel.)
Tegen het einde van de vlucht kreeg ik nog allerlei eten dat ik liever wilde bewaren. Maar dat ene broodjes, dat kip bleek te bevatten, zorgde er voor dat ik allerlei plekjes van het vliegveld van Toronto gezien heb. Ik heb werkelijk wel 5 douanemedewerkers afgelopen, allen in verschillende hokjes in verschillende hallen. De een schreef een briefje, wat de ander weer las en me doorstuurde naar de derde. Pas de 5e kon me vertellen dat ik door kon lopen als ik dat broodje kip van British Airways even weggooide. Brits kippenvlees, daar kunnen we niet aan beginnen. Ik zou er maar een Canadees mee vergiftigen.
Maar haast had ik toch niet, integendeel. Hoe later ik bij mijn hostel aan zou komen, hoe later ik in zou storten van vermoeidheid, en hoe sneller ik in het Canadese ritme zou wennen. Ik haalde Canadese dollars uit een ATM en reed met de chagrijnigste buschauffeur ooit mee naar
downtown. Op goed geluk wandelde ik maar een kant op en kwam zowaar het hostel tegen.
Dus daar ben ik nu, een poging aan het doen om wakker te blijven. Het hostel organiseert een pubcrawl vanavond, maar dat lijkt me nu niet zo'n strak plan. Als ik nu straks ga douchen, zou ik dan vanaf zeven uur in bed mogen liggen lezen? Ik moet toch slaap inhalen, dus ik zal heus wel tot de volgende ochtend doorslapen. Dat lijkt me een goed plan. Dan heb ik morgen energie om de stad te verkennen. Want ik ben er echt!
3 reacties: