On the road again

02:10 Unknown 0 Comments

Op het moment van schrijven ligt Churchill al ruim 26 uur achter me. De laatste dagen in het CNSC waren gekenmerkt door alcohol en reflectie. Wanneer de laatste groep het pand verliet, zo tegen vifj uur, tegelijk met de managers en het andere personeel dat in het dorp woont, brak het feest uit op het terrein. De vrijwilligers, hadden het grootste gedeelte van onze 240 dollar fooi uitgegeven aan drank – genoeg om ook het resterende personeel en de onderzoekers te voorzien. Die avond, dinsdag, speelde ik mijn eerste pooltoernooi (welk ik uiteraard in de eerste ronde verloor), won ik overtuigend een tafelvoetbalwedstrijd van de praatgrage instructeur van de laatste twee leervakanties en steunde ik de kok in het keer op keer draaien van hetzelfde countrynunmer – op aanvraag beschikbaar.

Ik ging de volgende ochtend iets na achten naar beneden. Mijn slaapzaal – van het vrouwelijke personeel - was nog doodstil en ik verwachtte dat het hele terrein zo was. Maar beneden waren de heren al druk bezig. Terwijl de kok had uitgeslapen tot zeven uur had de veganistische vrijwilliger Steve een volledig Engels ontbijt klaargemaakt, inclusief bacon, pannenkoeken, scrambled eggs etcetera. Wauw. Ik vroeg die middag aan Mike, de directeur, of het een erg zootje was geweest toen hij 's ochtends aankwam, maar hij zei dat hij er niets van gezien had.

Woensdag verliep rustig en stond grotendeels in het teken van de voorbereidingen van het volgende feest, afwisselend Mike's Party en de Staff Party genoemd. De koks werd verboden iets aan het eten te doen, dus het was een gezellig zootje in de keuken. Ik had hutspot gemaakt, die ik vervolgens 's avonds vergeten was mee naar Mike's huis te nemen en we donderdag bij de lunch gegeten hadden. Mike heeft zijn huis zelf gebouwd (ook wauw – het was erg mooi) en wij hebben hem met een hoop afwas achtergelaten. We zouden een slaapfeestje houden bij Kat en Adam, die tot die week nog op het centrum woonde, maar sinds twee dagen een appartement deelden in het dorp. Uiteindelijk zijn we rond een uur of twee met een aantal mensen toch maar terug naar het centrum gereden. Daar vonden we de kok nog wakker aan, die zichzelf aan het bezatten was, en een aantal van ons zijn nemt hem mee gaan doen.

Donderdagochtend was het stil. Ik trof het centrum aan in de staat die ik een dag eerder verwacht had. De verscheidene katers zorgden voor een grafstemming. Ik, die de avond ervoor nauwelijks wat gezegd had en me als een vreemde mee had laten slepen van plek naar plek, had het meeste plezier van iedereen. Ik voelde me best, beter nog, ik voelde me fitter dan de gehele voorgaande week.

Het afscheid was snel. Hoewel een grote groep meegereden was naar het dorp, werden Heather en ik afgezet bij de volunteer coordinator. Die wist niet dat we kwamen, maar was blij ons te zien. Met ons drieen hebben we nog een paar uur gepraat, gelachen en gegeten, en ze heeft ons tot in de trein begeleid.

In de trein viel Heather al vrijwel gelijk in slaap. Ik sliep ook goed en vrijdagmiddag kwam de trein precies op tijd, iets voor enen, aan in Thompson. Daar moest ik me negen uur zien te vermaken, en ondertussen mijn weg naar het busdepot zien te vinden. Dat viel niet mee, en de plaatselijke bevolking was niet bepaald vriendelijk, de medewerkster van het informatiecentrum uitgezonderd, van wie ik direct een stoel en een kop thee kreeg. De hele dag heb ik maar wat rondgehangen rond het busstation, tot 's avonds om tien uur eindelijk de bus naar Winnipeg vertrok.

0 reacties: