Missin' PRVCI
Het Pretty River avontuur is voorbij. Ik zit in een restaurant in Toronto en ik kan het nog nauwelijks bevatten.Ik was vroeg op vanmorgen in de hoop dat het idee weg te gaan nog even kon bezinken. Maar het was stil in huis. Linda was bezig ontbijt voor te bereiden. De wwoofers en Libby, die ziek is, lagen nog in bed en Chris, Paul en Paulie waren ook nog niet aanwezig. Ik dacht dat het wel snel drukker zou worden, maar het was al tijd om te vertrekken. Enerzijds jammer dat ik hen niet meer gezien heb, anderzijds is het wel makkelijk om geen afscheid te hoeven nemen, en er gewoon vandoor te gaan. Ik was mijn backpack in de auto aan het laden toen Ellen halsoverkop naar buiten kwam rennen. Maf kind, we zien elkaar volgende week in Montreal nog! Bovendien was het -20 of zoiets, dus niet echt weer om zonder jas en op crocs buiten te komen. Nou ja, Linda, Ellen en Angus, de hond, waren toch de belangrijksten om gedag te zeggen ;-)
De bus was uiteraard te laat en wij passagiers verdrongen ons allen in het boekwinkeltje waar de tickets verkocht worden. Iedereen kende elkaar en dat ze mij niet kenden deed niet af aan de dorpse gezelligheid. Dat winkeltje is wel wat symbool voor Collingwood. De laatste keer dat ik er was heb ik 'Tis van Frank McCourt gekocht, het vervolg op Angela's ashes, tweedehands voor vijf dollar. Ben er nog nauwelijks aan begonnen. Maar goed, terwijl mijn medepassagiers en de medewerkers van de winkel vrolijk babbelde over de reis van dit weekend, nam ik afscheid van het dorpse Collingwood.
In Toronto was de lucht weliswaar iets blauwer, het was nog even koud. En dan bedoel ik serieus KOUD. De stad stond me al even tegen als toen ik hier voor het eerst was; groot, koud, en ongezellig. Ik was van senior wwoofer weer gedegradeerd tot nobody. En om de dag nog wat meer op te vrolijken was ik zo avontuurlijk geweest om eens een ander hostel uit te proberen. Alhoewel ik tevreden was over het Canadiana waar ik tot twee keer toe verbleven heb, wilde ik ook het Backpackers Village proberen, in dezelfde buurt maar dichterbij het SWAP kantoor. Maar ja, als je experimenteert heb je kans dat je teleurgesteld wordt. Het sanitair is niet echt schoon en bovendien kon ik geen wc vinden waarbij zowel de wc zelf als het slot op de deur werkte. Het hostel is grotendeels gericht op de bar die er aanwezig is. Ik voelde me er niet echt thuis, het was groot en door de focus op de bar en de gemeenschappelijke ruimte kreeg ik het gevoel dat ik er niet cool genoeg voor ben. Ach, misschien ben ik gewoon verwend met een van "Ontario's finest inns".
Chinatown is verwarrend, maar het eten is goed, veel en goedkoop. Na het voorgerecht zat ik al vol en het hoofdgerecht staat nu naast me koud te worden. Ik denk dat het bij elkaar toch wel prijzig gaat worden voor een zwerver als ik, maar ik had niet zoveel zin om te gaan koken in het hostel. Volgende week in New York, ik beloof het. Vandaag ben ik nog even niet sociaal - ik heb een afscheid te verwerken.
Goed het eten is over en ik zit op mijn kamer - een vierpersoons die ik alleen deel met een Franse jongen, die goed Engels spreekt en al jaren reist, al lijkt hij jonger dan ik. De kosten voor mijn enorme voorgerecht, nog grotere hoofdgerecht, enorme pot thee (was van t huis, kreeg ik gelijk met de menukaart, aardig idee) en een glas van het enige biologische bier van Ontario (reclame gelezen) was 18 dollar ofwel 12 euro. Ik had vele anderen zien komen en gaan dus heb ik toch wel een tijd doorgebracht in het restaurant. En dan hebben ze die pot thee nog niet eens gerekend. Ik heb er 22 dollar van gemaakt en besloten dat er misschien toch wel goede plekken in Toronto zijn.
Ik probeerde wat dingen te kopen in het goedkope Chinatown, zoals een nieuwe broek (heb er al twee gesloopt in een paar weken, weet niet hoe) en een sjaal want de kou doet pijn. (Zoals de reclame voor winterbanden hier luidt: "Wind blows, frost bites, snow tires") Maar overal waar ik in Chinatown iets probeer te bekijken word ik op de voet gevolgd door een verkoper die ongetwijfeld behulpzaam wil zijn, maar mij het gevoel geeft dat hij me niet vertrouwt. Nou ja, dan kan ik niet rustig winkelen. Wel aardig was de horlogemaakster die concludeerde dat de batterij van mijn horloge niet leeg was maar het ding gewoon stuk was. Ik heb maar een nieuwe bij haar gekocht, niet zo mooi als de vorige, maar niet te duur en vriendelijkheid moet beloond worden. Andere aanwinsten zijn dikke handschoenen, een muts met "Canada" er op en snowpants, de laatste voor 10 dollar. Ik loop nu door de stad als een michelinmannetje dat net van een skihelling af komt, maar het is tenminste wel warmer. Zoals mijn oma zou zeggen, wie kent m'n kont in Keulen.
Terug in het hostel hoorde ik van mijn Franse kamergenoot dat het internet in de kamer niet werkte en dat ik al blij mocht zijn als het het beneden in de lobby deed. Toch even testen, maar hij had gelijk. Grmbl. Oke, ik ben verwend, oke, ik ben een kind van deze tijd en ik ben afhankelijk van het internet. Maar zo alleen op mijn kamer, afgesloten van de rest van de wereld, met een feest beneden waar ik geen zin in heb alleen al omdat het me opgedrongen wordt, en heel heel veel kou buiten, mis ik de inn alleen maar meer. Gelukkig heb ik Frank McCourt nog, die me verteld over hoe het hem verging toen hij net in New York aankwam, en dat hij geen goedkope Chinese restaurants had.
Ik heb me net een beetje gesetteld, gedoucht etc, toen ik bedacht maar iets te gaan schrijven en wat muziek op te zetten. En wat blijkt, het internet doet het. Dus kan ik dit berichtje toch nog versturen.

Pff, hè...*aai over de bol*
BeantwoordenVerwijderenIk hoop dat je vandaag een betere dag hebt.
"What goes up, must come down" zongen ze in mijn tienerjaren al. Het leven verloopt blijkbaar in golven. Koude, in dit geval. Maar het belangrijkste is dat je in beweging blijft en dat doe je.Want na ijsregen......
BeantwoordenVerwijderen