Vliegveld

19:23 Unknown 1 Comments

Dit bericht heb ik woensdagmiddag geschreven.

Het is drie uur 's middags. Dat betekent dat het in Nederland negen uur 's avonds is. Morgen om twee uur 's middags land ik op Schiphol.

Afscheid nemen van de Pretty River Valley Country Inn is moeilijk. Het was een paar weken geleden al moeilijk, maar toen had ik het "geluk" dat, op de een of andere manier, er niemand in de buurt was om afscheid van te nemen. Alleen Linda. En nu is Linda op vakantie, maar overstroomt de Inn van de medewerkers, wwoofers, dieren en lentezon. Afscheid nemen van de inn is moeilijk, maar het is nog moeilijker als het afscheid van de inn ook het afscheid van Canada is. Ik wil wel naar huis, heus, maar Canada is goed voor me geweest.

Dit was mijn grote reis, en er was altijd nog een beetje meer reis om in te plannen, om naar uit te zien, om voor te stellen. Tot nu. Alles wat me nu nog wacht, is twee vliegtuigen en een paar uur in Heathrow. That's it.

Ik had het geluk dat Paul en Paulie in de buurt van Toronto moesten zijn, en ze mij wilden afzetten op het vliegveld. Dat scheelde een busreis. Gisteravond had ik niet de behoefte om te gaan slapen. Na de wekelijkse dinsdagavond bioscoopavond, waar de andere wwoofers, Jan en Giovanni, en ik, Shutter Island gezien hebben - brrrr kippevel -, heb ik een rondje langs de beesten gemaakt, die me allemaal verbaasd en ietwat wantrouwend ontvingen, zo laat op de avond. Het was een prachtige heldere nacht, ik heb van mijn leven niet zoveel sterren bij elkaar gezien. En door de verrekijker die Giovanni gevonden had waren het er nog meer. Tot een uur of een 's nachts heb ik met Jan over politiek gepraat. En toen uiteindelijk ook Jan ging slapen, ging ik eens op mijn gemak mijn spullen inpakken.

Veel slaap heb ik dus niet gehad. Ik was op tijd op en zat in de keuken m'n koffie te drinken zoals ik dat elke morgen doe. Libby vroeg wie er chores zou doen - de tweemaaldaagse ronde langs de dieren. Chris antwoordde dat hij de rendieren zou voeren, en dat Jan er verder alleen voor stond. Giovanni was vrij. Ik vond dat een opmerkelijke discussie, aangezien ik er toch zeker nog de hele ochtend was. Ik voerde de rendieren en hielp Jan met de rest.

Het zou een drukke dag worden, en met mij, Paul en Paulie afwezig, en Giovanni en Linda vrij, kwam het aan op Chris, Libby en Jan. Ik rende overal tussendoor om waar mogelijk foto's te maken. Gelukkig heb ik nu veel foto's, en niet alleen van de dieren. Ik wilde een groepsfoto, maar net toen Paul wilde vertrekken kwamen er twee gasten om in te checken. En al stort het dak in, gasten gaan altijd voor. Chris hielp hen, wij haalden Jan uit de bosjes (maple seizoen, dan heb je dat) en stonden op het punt afscheid te nemen. Maar gelukkig liet Chris zijn gasten even wachten om een halve minuut vrij te maken voor mijn groepsfoto. Wel met de nodige stress, maar we kregen een foto met ons allen. Waarna Chris zich naar zijn gasten haastte en ik hem terug moest roepen om gedag te zeggen, haha. De jongens wisten zich geen houding te geven - ok, ik ken ze nauwelijks - maar Libby liet me nauwelijks gaan. Angus, mijn viervoetige vakantievriendje, had ik daarvoor al tot vervelens toe opgetild en rondgesjouwd. Nog tot op het vliegveld zou Paul zich grappend afvragen of ik Angus in mijn rugzak verstopt had. Zijn buddy Mac was nergens te bekennen - waarschijnlijk ergens paardenmest aan het eten. Tegen twaalven reden we Collingwood uit, de beide Pauls en ik.

Een paar uur later nam ik ook van hen afscheid en nu zit ik hier op het vliegveld, mijn baggage naast me, met nog zeker vijf uur en vijfendertig Canadese dollar te besteden. Ik heb een boek van Tolstoy bij me (De Kozakken) waarin hij schrijft dat er bij lange reizen een punt is, waarbij je gedachten niet meer zijn bij wat je achterlaat maar vooruitschieten naar waar je naar toe gaat. Dat punt heb ik bijna bereikt. Maar ik denk nog even aan Angus en Mac, aan de IJslanders Nokkur, Una, Pia. Ondeugende Baldur, nieuwsgierige Hatta. Arme ouwe Hilton, die gisteren koliek had en met wie ik nog een kwartier door het weiland gelopen heb. Shoarna, Kelsey, de kleintjes Frodo en Pippin, de jonge en vrolijke Imagine. Noni, de trotse hengst, en zijn twee drachtige dames, Roggue en Skyla. Gandalf, het alfa-rendier, en zijn kudde. De oude kippen en de haan, en de twee guinea fowls. Het brutale eekhoorntje. De herten in het bos, het gehuil van de wolven en coyotes. Het gewonde stinkdier dat Libby's auto besprenkelde. Bella, de hond van John. En John. De buren, Jerry en Connie. De wwoofers, Akito die zijn zieke vriendin bezocht, de stille Jan die al 10 maanden in Canada is, en Giovanni, die mij niet toestaat om twee afzonderlijke kopjes thee met een theezakje te zetten, want er zit verschil tussen het eerste en het tweede kopje. Libby en haar vriend en alle verhalen die ze over hem verteld. Gevoelige Paulie. Chris en zijn gemopper en zijn flauwe geplaag. De ultieme gastvrijheid en mensenliefde van Linda en Paul. Ik heb nog een sleutel van studio 3 in mijn broekzak zitten. Oeps. Nou ja, die stuur ik wel op. Het was een goed idee om deze laatste tien dagen nog terug naar de inn te gaan, om echt afscheid te nemen van mijn Canadese gastfamilie en van Canada zelf. Het is de afgelopen week verschrikkelijk warm geweest, zelfs in de Pretty River Valley (de "freezing Valley" volgens Chris) is de sneeuw bijna overal gesmolten. De Canadese winter lijkt nu echt ten einde.

1 opmerking:

  1. Afscheid nemen is moeilijk, maar het klinkt alsof je het goed hebt gedaan.
    Nu komt het leuke stuk, iedereen weer zien die je gemist heeft!

    BeantwoordenVerwijderen