Verhuizing en de toekomst van dit blog

23:57 Unknown 1 Comments

Tsja, beste lezers, ik weet dat ik mijn blog verwaarloos. Ik ben de afgelopen twee weken druk geweest met bijkomen en met (voorbereiden voor) het verhuizen. Ik heb Ivar groengeverfd (de Ikea-kast dus) en ook de deur van het hok van mijn nieuwe rattenkooi, want vrijdag ga ik twee tamme ratjes ophalen. Nu ik niet meer elke dag de kamersites controleer, check ik marktplaats drie keer per dag voor interessante meubels. Druk in het gewone leven dus, en daar is gewoon niet zoveel over te schrijven.

Het blog heet Inge op reis, en dat kun je natuurlijk op meerdere manieren duiden, maar mijn grote gereis is nu wel voorbij. Voorlopig ben ik dolblij dat ik een huis heb en daar wil ik dan ook even blijven en lekker huiselijk zijn. Ik ben van plan dit blog wel aan te houden, maar de frequentie van berichtgeving neemt wel af. Wanneer ik weer in mijn eentje op reis ga, pak ik het misschien weer op. Verder zal ik gewoon af en toe iets posten wanneer ik iets te zeggen heb.

Ik ben redelijk terug in de echte wereld! Ik ga morgen of overmorgen een mail met adreswijziging e.d. rondsturen. Als je hem niet krijgt en wel geinteresseerd bent, moet je mij even mailen, dan heb ik je adres niet bij de hand gehad of iets dergelijks. Tot snel!

1 reacties:

Laatste foto's van Canada

18:45 Unknown 0 Comments

Foto's van Jasper en Vancouver, Canadian Rockies en Winter Olympics:

http://www.facebook.com/album.php?aid=11232&id=226700504&l=5320fc79ed

Foto's van mijn 10-daagse terugkeer naar de Pretty River Valley Country Inn bij Collingwood:

http://www.facebook.com/album.php?aid=11249&id=226700504&l=05cc572af5

0 reacties:

Home sweet home

22:27 Unknown 3 Comments

En toen was ik weer in good ol' Dronten. De vluchten gingen voorspoedig en voor ik het wist was ik weer bij mijn ouders thuis in Dronten. Vol herinneringen en vooral erg moe.

Ik dacht dat het met mijn jetlag wel mee zou vallen; ik was zo moe dat ik om tien uur in bed lag. Maar ik sliep tot twaalf uur de volgende middag door. Dat schoot niet erg op. Eenmaal wakker deed ik wat ik de afgelopen weken dagelijks doe; ik ga alle websites met kameradvertenties en van makelaars af op zoek naar betaalbare en redelijk zelfstandige woonruimte. Ik had vanavond al een bezichtiging gepland staan, en volgende week, maar de kansen blijven klein. Nu stond er een advertentie op van een zolder in Bunnik, maar in het noorden, dicht bij de Uithof. Met een eigen keukentje en een eigen wc; alleen de douche is gedeeld. Bellen, na vijf uur, stond er bij, maar ik stuurde toch maar een mailtje. Een paar uur later had ik bericht terug. Ik was de eerste en hij wilde degene die als eerste kwam ook als eerste de kans geven om de kamer te huren, dus ik moest maar langs komen als ik tijd had.

Diezelfde avond zou ik al in Utrecht zijn voor die bezichtiging en om met Selma en Eelke te gaan eten, en ik plande een bezoekje aan Bunnik aan het eind van de middag. Om een lang verhaal kort te maken; de kamer was prachtig. De schuine muren vormen wel een uitdaging, maar er is een grote dakkapel die voor meer ruimte zorgt. Ik heb dus een keukentje met koelkast, vriezer, oven, kookplaten, en een wc met wastafel. Waarschijnlijk blijft het bed en een bureautje ook staan. In de badkamer staat een wasmachine die ik kan gebruiken en er is een schuurtje voor mijn fiets. Ik fiets in tien minuten naar de Uithof en in twintig naar het centrum van Utrecht. Kortom, ideaal. De eigenaar probeerde mij te overtuigen dat ik er echt nog even over na moest denken, maar ik had weinig meer te overdenken. Klaar, geregeld, ik heb een kamer. Volgend weekend kan ik er in.

Ik weet dat jullie nog op veel foto's wachten. Ik zal mijn best doen die morgen te uploaden, maar ik beloof niks. Eerst maar eens die jetlag wegslapen.

3 reacties:

Vliegveld

19:23 Unknown 1 Comments

Dit bericht heb ik woensdagmiddag geschreven.

Het is drie uur 's middags. Dat betekent dat het in Nederland negen uur 's avonds is. Morgen om twee uur 's middags land ik op Schiphol.

Afscheid nemen van de Pretty River Valley Country Inn is moeilijk. Het was een paar weken geleden al moeilijk, maar toen had ik het "geluk" dat, op de een of andere manier, er niemand in de buurt was om afscheid van te nemen. Alleen Linda. En nu is Linda op vakantie, maar overstroomt de Inn van de medewerkers, wwoofers, dieren en lentezon. Afscheid nemen van de inn is moeilijk, maar het is nog moeilijker als het afscheid van de inn ook het afscheid van Canada is. Ik wil wel naar huis, heus, maar Canada is goed voor me geweest.

Dit was mijn grote reis, en er was altijd nog een beetje meer reis om in te plannen, om naar uit te zien, om voor te stellen. Tot nu. Alles wat me nu nog wacht, is twee vliegtuigen en een paar uur in Heathrow. That's it.

Ik had het geluk dat Paul en Paulie in de buurt van Toronto moesten zijn, en ze mij wilden afzetten op het vliegveld. Dat scheelde een busreis. Gisteravond had ik niet de behoefte om te gaan slapen. Na de wekelijkse dinsdagavond bioscoopavond, waar de andere wwoofers, Jan en Giovanni, en ik, Shutter Island gezien hebben - brrrr kippevel -, heb ik een rondje langs de beesten gemaakt, die me allemaal verbaasd en ietwat wantrouwend ontvingen, zo laat op de avond. Het was een prachtige heldere nacht, ik heb van mijn leven niet zoveel sterren bij elkaar gezien. En door de verrekijker die Giovanni gevonden had waren het er nog meer. Tot een uur of een 's nachts heb ik met Jan over politiek gepraat. En toen uiteindelijk ook Jan ging slapen, ging ik eens op mijn gemak mijn spullen inpakken.

Veel slaap heb ik dus niet gehad. Ik was op tijd op en zat in de keuken m'n koffie te drinken zoals ik dat elke morgen doe. Libby vroeg wie er chores zou doen - de tweemaaldaagse ronde langs de dieren. Chris antwoordde dat hij de rendieren zou voeren, en dat Jan er verder alleen voor stond. Giovanni was vrij. Ik vond dat een opmerkelijke discussie, aangezien ik er toch zeker nog de hele ochtend was. Ik voerde de rendieren en hielp Jan met de rest.

Het zou een drukke dag worden, en met mij, Paul en Paulie afwezig, en Giovanni en Linda vrij, kwam het aan op Chris, Libby en Jan. Ik rende overal tussendoor om waar mogelijk foto's te maken. Gelukkig heb ik nu veel foto's, en niet alleen van de dieren. Ik wilde een groepsfoto, maar net toen Paul wilde vertrekken kwamen er twee gasten om in te checken. En al stort het dak in, gasten gaan altijd voor. Chris hielp hen, wij haalden Jan uit de bosjes (maple seizoen, dan heb je dat) en stonden op het punt afscheid te nemen. Maar gelukkig liet Chris zijn gasten even wachten om een halve minuut vrij te maken voor mijn groepsfoto. Wel met de nodige stress, maar we kregen een foto met ons allen. Waarna Chris zich naar zijn gasten haastte en ik hem terug moest roepen om gedag te zeggen, haha. De jongens wisten zich geen houding te geven - ok, ik ken ze nauwelijks - maar Libby liet me nauwelijks gaan. Angus, mijn viervoetige vakantievriendje, had ik daarvoor al tot vervelens toe opgetild en rondgesjouwd. Nog tot op het vliegveld zou Paul zich grappend afvragen of ik Angus in mijn rugzak verstopt had. Zijn buddy Mac was nergens te bekennen - waarschijnlijk ergens paardenmest aan het eten. Tegen twaalven reden we Collingwood uit, de beide Pauls en ik.

Een paar uur later nam ik ook van hen afscheid en nu zit ik hier op het vliegveld, mijn baggage naast me, met nog zeker vijf uur en vijfendertig Canadese dollar te besteden. Ik heb een boek van Tolstoy bij me (De Kozakken) waarin hij schrijft dat er bij lange reizen een punt is, waarbij je gedachten niet meer zijn bij wat je achterlaat maar vooruitschieten naar waar je naar toe gaat. Dat punt heb ik bijna bereikt. Maar ik denk nog even aan Angus en Mac, aan de IJslanders Nokkur, Una, Pia. Ondeugende Baldur, nieuwsgierige Hatta. Arme ouwe Hilton, die gisteren koliek had en met wie ik nog een kwartier door het weiland gelopen heb. Shoarna, Kelsey, de kleintjes Frodo en Pippin, de jonge en vrolijke Imagine. Noni, de trotse hengst, en zijn twee drachtige dames, Roggue en Skyla. Gandalf, het alfa-rendier, en zijn kudde. De oude kippen en de haan, en de twee guinea fowls. Het brutale eekhoorntje. De herten in het bos, het gehuil van de wolven en coyotes. Het gewonde stinkdier dat Libby's auto besprenkelde. Bella, de hond van John. En John. De buren, Jerry en Connie. De wwoofers, Akito die zijn zieke vriendin bezocht, de stille Jan die al 10 maanden in Canada is, en Giovanni, die mij niet toestaat om twee afzonderlijke kopjes thee met een theezakje te zetten, want er zit verschil tussen het eerste en het tweede kopje. Libby en haar vriend en alle verhalen die ze over hem verteld. Gevoelige Paulie. Chris en zijn gemopper en zijn flauwe geplaag. De ultieme gastvrijheid en mensenliefde van Linda en Paul. Ik heb nog een sleutel van studio 3 in mijn broekzak zitten. Oeps. Nou ja, die stuur ik wel op. Het was een goed idee om deze laatste tien dagen nog terug naar de inn te gaan, om echt afscheid te nemen van mijn Canadese gastfamilie en van Canada zelf. Het is de afgelopen week verschrikkelijk warm geweest, zelfs in de Pretty River Valley (de "freezing Valley" volgens Chris) is de sneeuw bijna overal gesmolten. De Canadese winter lijkt nu echt ten einde.

1 reacties:

Vancouver-Toronto

05:40 Unknown 3 Comments

De olympische gekte is weer voorbij. En gekte was het. Vooral toen Canada de hockeyfinale won van aartsrivaal Amerika. Ik was de binnenstad ontvlucht en genoot van het bijna-voorjaarszonnetje in een stukje groen achter Granville Island. Daar zat ik rustig te lezen toen een fietser langs kwam, die "Canada won!" naar me riep, alsof hij de officiele boodschapper was die mij dit nieuws moest brengen. Oke, nog een gouden medaille voor Canada. Leuk voor ze. Maar de Candezen vonden het meer dan leuk. Toen ik terugkwam in de binnenstad was daar een volkfeest losgebarsten dat ik nooit eerder gezien heb. De straten krioelden van de Canadezen, alleen in het rood-wit, allen schreeuwend, dansend, gillend, zingend, toeterend, rennend. Iedereen gaf iedereen high-fives. Men schudde handen met de politie, die er hoofdschuddend maar lachend bij stond te kijken. "Thanks for keeping us safe." Mannen die qua kleding weinig meer aanhadden dan een Canadese vlag. De paar auto's die zich tussen de mensenmassa door wisten te wurmen, deden dat luid toeterend en met vlaggen zwaaiend door het raam. En dan niet een half uurtje, maar de hele middag en avond ging het door.

Maandagochtend was het opvallend rustig. Ik had met alle Olympische activiteiten nog nauwelijks wat van de toeristische hoogtepunten van Vancouver gezien, dus ik liep naar Gastown, het oudste deel van de stad, genoemd naar een van de stichters, die Gassy genoemd werd - zijn echte naam ben ik even kwijt. Jack nogwat. In Gastown staat een beroemde stoomklok die volgens mijn lonely planet gewoon op electriciteit loopt. Volgens de bordjes is het stoom van de stadsverwarming of iets anders warms ondergronds, ik weet het niet meer. En er staat een standbeeld van Gassy en vooral heel veel souvenirwinkeltjes. Vanuit Gastown kom je in Chinatown, een van de grootste van Noord Amerika. Nou ben ik al die Chinezen behoorlijk zat, om maar eens lekker te generaliseren. Ik weet Canada bestaat uit immigranetn en ik weet dat het meer hun land is dan dat van mij, maar ik spreek tenminste Engels. Nou ja, ze maken het goed met goedkope winkels. In het Chinatown van Vancouver vond ik een winkeltje dat werkelijk vanalles had. Een soort van hema, maar dan met Chinese producten die niks kosten. Enige nadeel is dat het soms een tijd duurde voor ik uitgevogeld had wat er in een bepaald doosje zat - mijn Chinees is niet zo goed. Ik zocht waspoeder, namelijk, maar voor een wasbeurt en geen vijf kilo. En dat hadden ze, een klein doosje. Kon ik in het hostel tenminste mijn kleren wassen.

Dinsdagavond ging mijn trein, maar voor die tijd had ik nog ruim de tijd om Stanley Park te verkennen, het grote stadspark van Vancouver. Nou ja, stadspark.. Dat wij in Dronten het Van Veldhuizenbos een bos noemen, en zij in Vancouver Stanley Park een park. laat wel een verschil in perspectief zien. Stanley Park is ongeveer zo groot als de bebouwde kom van Dronten, gok ik. Nou ja, dat is iets overdreven (ik wil Dronten ook niet te kort doen), maar groot is het wel. En het is een bos. Ik heb nog nooit coyotes gezien in een stadspark. Oke, ik heb de coyotes hier ook niet gezien, maar ze zitten er wel. En bevers en herten en meer Canadese beesten. En adelaars, maar ook die lieten zich niet zien. Ik dacht Stanley Park, dat op de kaart een stuk langer is dan breed en aan de zuidkant aan de binnenstad grenst, oost-west te doorkruisen, in een soort van flauwe bocht. Dacht ik met mijn richtingsgevoel. Toen ik vermoeid aankwam bij een restaurantje en een kaart, en ik dacht nu toch wel weer bijna in de stad te zijn, bleek dat ik in het allernoordelijkste puntje aanbeland was. Oeps. Gelukkig ging mijn trein pas om half negen 's avonds, maar dit was toch niet helemaal mijn plan. Gelukkig bleek het punt waar ik nu was ook het hoogste te zijn, vandaar mijn vermoeidheid, en liep ik in ruim een uur rechtstreeks terug naar de stad, waar ik wat at bij een Iranese Griek en de bus terugnam naar mijn hostel, en van daar de Skytrain naar het station.

De trein was, zo net na de Spelen, een stuk drukker dan ik van de heenweg gewend was. Ik hoopte weer een hoekje met vier stoelen te kunnen bemachtigen, maar was uiteindelijk blij dat ik er twee bezet kon houden. We kwamen weer langs alle metropolen van de prairie - Melville, Hornepayne -, ik genoot weer van het luxe diner a 20 dollar en probeerde voor de verandering ook eens een lunch. Geen leeuwen in de trein deze keer, wel een muzikant, een singer-songwriter die gitaar en viool speelde en zong, en vooral veel praatte over al zijn avonturen. Goh, dacht ik, dat is nou een echte reiziger, die lift en bust en muziek maakt. Ik vond hem niet sympathiek. Overigens was het treinpersoneel zo enthousiast over hem en zijn gratis optredens dat ze hem van de economy class via de couchettes naar een eigen kamertje gepromoveerd hadden. Toegegeven, de muziek was ook niet slecht.

In Toronto aangekomen, waar ik een nacht in een hostel geboekt had - mijn laatste nacht in een Canadees hostel, om precies te zijn, had ik gepland om naar de Art Gallery of Ontario te gaan, een groot museum. Maar eigenlijk had ik daar helemaal geen zin meer in. Ik hing wat rond in een winkelcentrum. Waar ik nou eigenlijk zin in had, was om naar een film te gaan. Of nog beter, naar het theater. Ik liep per ongeluk tegen een ticketkiosk aan, dus kon het niet laten. Ik vroeg om een kaartje voor het goedkoopste toneelstuk dat er was en vond mijzelf die avond in het westen van de stad, na ruim een uur lopen, op zoek naar de straat waarvan ik de naam vergeten ben. De een of andere Avenue. Nee, zei een mevrouw, is dat niet in de buurt van Yonge street? Totaal aan de andere kant van de stad, vlakbij mijn hostel eigenlijk. Nah, dat kan niet, dacht ik. Nee, zei de mevrouw, ik heb nog nooit van die straat gehoord hier in de buurt. Meneer? Nee, meneer had er ook nog nooit van gehoord. Ik loop een paar meter verder en de bewuste Avenue blijkt precies de volgende dwarsstraat. Mevrouw en meneer kennen hun buurt goed, ahum, blijkt maar weer. Het theatertje was al klein, en werd verder in beslag genomen door een improvisatiewedstrijd waar vrienden, buren, familie, en weet ik het wie op af kwamen om de spelers aan te moedigen, Mijn toneelstuk was in een achterafzaaltje, klein, oud, nu ja, gemoedelijk zullen we maar zeggen. Het werd gespeeld door drie vrouwen van Fillipijnse afkomst, die lieten zien hoe zwwaar het is voor Fillipina's die als nanny naar Canada komen, vaak hun eigen kinderen achterlatend, via het Caregiver programma. Na twee jaar huizen schoonmaken, koken en voor andermans kinderen zorgen, waarbij ze in het huis van hun gastfamilie wonen, maken ze dan kans op een verblijfsvergunning. De moraal van het verhaal was dat ze vaak uitgebuit en misbruikt worden en ze strijden voor betere rechten voor de vrouwen in dat programma. Het was geen slecht toneelstuk, gezien de lokatie en de opkomst.

Vandaag is het zondag en ik zit op dit moment in het busstation te wachten op de bus naar Collingwood. De anderhalve week die ik nog over heb besteed ik daar, opnieuw als vrijwilliger bij de Pretty River Valley Country Inn. De maple syrup (esdoornsiroop, dat klinkt als een geschikte vertaling) productie is daar begonnen. Wat is er geschikter om mijn Canada-ervaring mee af te sluiten, dan om zelf maple syrup te maken?

3 reacties: